gestiptbeen
Malerei

Een gestipt been met een pump eraan

Met sommige dingen in het leven is het net als met het tekenen van een gestipt been met een pump eraan.
Je weet dat je het lastig vindt, omdat je het nog nooit eerder deed.
Maar hee, het is niet onmogelijk.
Dus je gaat zitten.
Met je boekje, je potje inkt en je pennetje.
En je trekt eerst wat contouren met een potlood.
Want dat mag best.
Dat hoeft er namelijk niet in één keer in inkt op te staan.
Want wie zegt dat? Niemand toch?
En dan heb je altijd nog een gum, dus doei.

Je doopt je pennetje in het potje inkt en je trekt wat lijnen rondom je potloodstrepen.
En dan is er opeens een gestipt been met een pump eraan.
Je vond het lastig, maar toch ook niet heel erg lastig.
Want je deed het gewoon.
En dat is dus de kunst.
Denk ik.

uitzicht
Hirngespinste

Wat er anders moest in het leven van Elise K.

Al maanden had ik het gevoel dat er iets anders moest in het leven van Elise K.
Was het een baan? Was het een kapsel? Was het de verf op de muur? Was het de aanschaf van een broodmachine?
Ik had geen idee en dus probeerde ik een paar dingen.
Ik leerde op een ukelele spelen. Begon met yoga. Ik praatte wat met coach-achtige types.
Nou, dat schoot op.
Not.
Niks ten nadele van al die dingen en de mensen in dat proces, hè.
Het was goed. Het was leuk. Het was relaxed. Iedereen was aardig en overal hartjes.
Maar ik vond nog steeds dat er iets anders moest in het leven van Elise K.

Dus op een mooie, winterse woensdagochtend logde ik in op twitter.
En toen zag ik een tweet. Met de vraag of er iemand geïnteresseerd was in een studio in Utrecht met het uitzicht dat u hier boven dit postje ziet.
En toen wist ik het opeens, hè.
Wat er anders moest in het leven van Elise K.
Ja nee.
Ik moest in die studio, jong.
En wel meteen.

Dus ik ging bellen.
En kijken. Naar een ruimte vol spullen boven een café naast het water.
In een soort van trance besloot ik dat ik het ging doen, ondanks dat het heel klein was en ik absoluut niet in kon schatten wat erin zou passen door alles wat de vorige bewoner (die druk aan het verhuizen was) erin had gezet.
Vervolgens belde ik in paniek met vriendin J., die ook in een minihuis woont in het centrum van Den Bosch en die vast een wijs oordeel over de kwestie zou hebben.
‘Elise! Doe het,’ zei J. vriendelijk doch streng, ‘Het is in Utrecht, jong. Dat wil je al jaren. Je doet gewoon wat spullen weg en dan kan het best.’
En toen deed ik het, tekende een contract en kreeg de sleutels.
Ik zei mijn huur in Nijmegen op en verpatste/verwijderde mijn halve huisraad daar.
Ik regelde verhuizers, frequenteerde de stort, huurde een boedelbak en reed met mijn zus tussen Nijmegen Utrecht op en neer in een blauwe Skoda vol verhuisdozen en kerstspullen (ik heb echt belachelijk veel kerstspullen voor een eenpersoonshuishouden).
Tussendoor liep ik ook nog huilend door de benedenstad van Nijmegen en stelde verbaasd vast dat ik meer aan Nijmegen gehecht was geraakt dan ik gedacht had. Maar naast een ontzettende huilebalk ben ik ook verrassend nuchter en dus deed ik wat er moest gebeuren: werk, verhuizen, andere dingen. Geen gezever. Hoppa.

Nu gaat mijn wekker om 7.30 uur in plaats van om 6.15 uur en ben ik om 17.20 thuis in plaats van om 18.35.
En dat, minse, was precies wat er anders moest in het leven van Elise K., die tweeënhalf uur winst per dag.
Want weet u, er zijn weinig dingen zo zinloos als zo lang in de trein zitten als ik altijd deed.
En weet u wat er allemaal kan in die tweeënhalf uur extra op een dag?
Blogjes schrijven.
Muziek maken.
Tekenen.
Deutsch reden ins Blaue hinein.
Say Yes to the Dress kijken.
En dan noem ik alleen nog maar de belangrijke dingen, hè.

Joe!

gemalde
Sich geänderte Gemälde

Sylvia von Harden is er klaar mee…

001sylvia1 001sylvia2 001sylvia3

 

Ergens in het jaar des Heren 1926 kwam de Duitse schilder de eveneens Duits journaliste en dichteres Sylvia von Harden tegen. Ergens op straat, of zo. Of in een café waar exorbitant veel gerookt werd en waar zich in een achterkamertje een illegale, sterke drankstokerij  bevond. Dat stel ik mij zo voor, dan hè. Het Berlijn van de jaren 20, dat fascineert mij.
‘Sylvia!’ riep hij uit, ‘Ik moet jou eenvoudigweg schilderen! Je bent een boegbeeld voor een hele nieuwe generatie vrouwen!’
Sylvia monkelde plichtmatig nog wat dingen over grote voeten en een lange neus, maar Otto wilde er niks van weten.
‘Okee dan, okee dan,’ zuchtte Sylvia, ‘Maar alleen als ik mijn nieuwe, gele kleedje aan mag trekken!’
‘Jeuzes, geel staat niemand, Syl,’ aldus Otto, ‘ Dus trek dat roze-zwart geblokte kleedje van vorige week maar aan!’
‘Best. Prima,’  zei Sylvia beledigd, ‘ Maar denk maar niet dat ik dan vriendelijk ga kijken op dat schilderij van jou, of zo. Ik vind roze namelijk weinig sekseneutraal, dat je het even weet.’
‘Jaja,’ zei Otto, terwijl hij op zijn zakhorloge keek, ‘ Zie ik je morgenmiddag, rond een uur of twee?’

En zo kwam Sylvia op een schilderij terecht, dat nu nog steeds te bezichtigen is in het Centre Pompidou in Parijs.
Het is een van mijn favoriete schilderijen, ik heb er al heel wat uren naar staan staren daar. Wat een chagrijnig hoofd heeft dat mens, echt prachtig.
Ik vermoed dat ze toch echt liever een geel kleedje had aangetrokken.
Ja.

kopschallplatte
Supertolle Schallplatten

Scott Bradlee & Postmodern Jukebox

Zoals wel meer mensen op deze in het heelal rondzwevende kluit drek speel ik debiele spelletjes op feestboek of via apps. Ik weet dat u dat allemaal niet doet, maar ik doe het wel en ik durf het ook nog eens hardop te zeggen, want ik houd niet van façades. Dat je van de ene kant doet van: ouwhoer hei, ik ben echt superintellectueel en dat je dan stiekem een ander leven hebt waarin je met boze vogels schiet of candy’s crusht en dat dan verzwijgt voor je vrinden. Slap, hoor. Bah. Maar goed, het probleem van veel van die spelletjes is dat je wel vrienden van feestboek moet toevoegen om voortgang te boeken. En ja, daar loop ik meteen tegen een obstakel aan. Al mijn feestboekvrienden zijn namelijk superintellectueel of op een andere manier fatsoenlijk, dus die spelen die domme spelletjes niet. Dus heb ik (pragmatisch als ik ben) een nep-feestboekaccount aangemaakt, waar ik naar hartenlust allerlei gekke Amerikanen en andere randverschijnselen kan toevoegen. Die mensen willen blijkbaar wel spelletjes spelen en geven daarvoor zelfs hun hele privacy op, zodat rare Nederlanders met een belachelijke naam al hun privésores kunnen zien. Ik vind dat echt heel raar en ik vraag me af of dat die mensen nou niks boeit of dat ze het gewoon niet doorhebben.

(Eigenlijk vraag ik me ook af hoeveel van die mensen denken dat ik echt Queen Máxima heet. Maar dat terzijde.)

Continue Reading

Bel op berg
Nicht unterwegs in Deutschland

De wintersport die geen wintersport was…

Het is hier lang stil geweest, minse. Te lang. Maar ik had dus dingen aan mijn hoofd. Dat is op zich raar, want ik probeer dat altijd zoveel mogelijk te vermijden, dingen aan mijn hoofd.
Eerst was het druk op mijn werk en dat vond ik maar vermoeiend, eerlijk gezegd. Toen dat eindelijk klaar was, begon mijn evenwichtsorgaan tegen mij te zeuren.
Zo van: ‘Enne Elise, lekker duizelig, jong?’
Nou. Ik zeg u: dat laatste wens ik mijn ergste vijand nog niet toe. Wat een gelazer is dat, zeg.
Maar langzaamaan gaat het beter. Mits ik niet te veel aan mijn hoofd heb.
Want zo werkt dat.

Continue Reading

Münster bei Nacht
Unterwegs in Deutschland

Unterwegs in Münster

Unterwegs in Münster I

Op de Kulturtankstelle leest u met enige regelmaat ook wat over Duitsland, waar ik vaak kom. In de serie ‘Unterwegs in Deutschland’ doe ik verslag van mijn tripjes naar Duitsland. Steeds zal ik daar wat illustraties bij maken en daar mag u mij aan houden, want luiheid ligt altijd op de loer in huize Jane, mijn woonst. Joe! Deze aflevering gaat over Münster, waar ik de kerstmarkt bezocht. U volgt de cijfertjes, en ik vertel u wat u ziet. Toll, ne?

Continue Reading

touwtje
Dingen aan een touwtje

Neuschwanstein

Neuschwanstein aan een touwtje

‘Wat heb jij nou voor een ballon?’ wilde Lotje van Marie weten.
‘Dat is geen ballon,’ antwoordde Marie, ‘Dat is een Ding aan een Touwtje.’
‘Hè?’ echode Lotje.
‘Nou, een Ding aan een Touwtje. Dan doe je iets waarvan je erg houdt aan een touwtje en dan heb je ’t altijd bij je. Als ballon. Of je sleept het achter je aan. Dat kan ook.’
‘Oh,’ zei Lotje, ‘En wat is dit dan?’
‘Dat is Schloss Neuschwanstein, een tof kasteel in het zuiden van Duitsland.’
‘Je hebt het op de kop,’ zei Lotje nuchter.
‘Ja, dat is handiger als ik het touwtje vast wil maken.’
‘Shit. Er valt wat uit, Marie.’
‘Oh,’ zei Marie schouderophalend, ‘Dat is Ludwig, die woont in het kasteel.’
‘Dat ie maar oppast,’ zuchtte Lotje, terwijl ze Ludwig van de grond opraapte, ‘Dadelijk valt ie nog dood!’
‘Dat heb ik ook gezegd,’ reageerde Marie onverschillig, ‘Maar hij is zo gek als een deur. Hij denkt dat hij kan vliegen. Wat een idioot.’