Prater

Er zijn een paar dingen die ik bijna altijd doe als ik in Berlijn ben. Maar er is maar een ding dat ik altijd doe en dat is een Schnitzel eten bij Prater in Prenzlauerberg. Prater is een gemütliche Gaststätte (niks geen hipster, jonguh) met een enorme Biergarten erbij. En ze hebben er dus gewoon de beste Schnitzel ooit. Ja. U leest het goed. De beste Schnitzel ooit. Ik vind dat ik best wel wat autoriteit heb op dat gebied, want ik heb al menig Schnitzeltje tot mij genomen in dit leven. Ja.

Ooit was ik natuurlijk voor de eerste keer bij Prater, ergens in het late voorjaar van 2007. Mijn eerste bezoek aan mijn favoriete Berlijnse restaurant ging een beetje stom, ik liep namelijk zonder na te denken achter iemand aan. Hop, de Biergarten in. U kent dat vast wel: je bent voor het eerst in een stad en je doet maar wat. Ik was met A. en A. kende R. en R. woonde in Berlijn en die wist een plek waar je geniale Schnitzels kon eten. Dus dat was snel bekeken, daar moesten wij heen. R. had A. verteld waar we moesten zijn en wij stapten uit bij een metrostation boven de grond (dit is vrij essentiële informatie voor de rest van het verhaal) en bij de ingang van een soort halfbakken pleintje, niet zo ver van het metrostation, troffen wij R., die ons voorging naar een grote Biergarten met overal van die gezellige Oktoberfestbankjes.

Nou, wij zitten. Bier erbij.
Bietje ouwehoeren. En lachen. Van je hi-ha-ho.
En verdomd, ze hadden daar inderdaad de beste Schnitzel ooit.
Mit Kartoffelsalat en komkommertjes. JOE.

Tot zover mijn eerste kennismaking met Prater. Ik wist dus niet dat het zo heette, want ik was maar gewoon achter iemand aangelopen en dat is heel dom. Dat moet je nooit doen, in geen enkele context (tip voor het leven dit, schrijf maar ergens op). En dat was wel wat jammerlijk, want toen ik in 2009 of zo terug was in Berlijn (nu met vriendin J.) was ik van mening dat we toch echt een Schnitzel moesten gaan eten bij die mysterieuze Biergarten met die geniale Schnitzels. Maar behalve dat ik de naam niet wist, kon ik ook met geen mogelijkheid reconstrueren waar dat ding zich bevond. Ik kon me alleen nog maar herinneren dat het vlakbij een metrostation boven de grond was geweest. Maar ja. Begin maar eens. Als je voor de tweede keer in zo’n grote stad bent. Onverrichter Schnitzels keerden we weer terug naar het vaderland.

Een jaar later was ik in Berlijn met zus A. (ook een vermaard Schnitzeleter) en vriendin R.
‘Ja nee, jungs!’ sprak ik , ‘Er is dus ergens een fantastische Biergarten met geniale Schnitzels, maar ik weet niet hoe het heet. Ik weet alleen dat er een metrostation boven de grond was!’
‘Na ja!’ zeiden A. en R. en een beetje hulpeloos staarden we naar onze plattegrond. Alsof daar ergens op zou staan ‘Magischer Biergarten mit Schnitzels’ of zo.
In diezelfde vakantie keken we ook nog een voetbalwedstrijd van Oranje bij de Kulturbrauerei. Dit was echt een hilarische dag, we pisten bijna in onze broek van het lachen toen mijn zusje na het verlies van Oranje een oranje boa in een vuilnisbak gooide en riep: ‘Ins Mühleimer damit!’ en we applaus kregen van een groepje Duitsers. Daardoor misten we helemaal dat we weer op de metro stapten bij een bepaald metrostation boven de grond. Lalala.

Nou, toen was ik voor het eerst alleen in Berlijn. Weer was er een voetbaltoernooi, dus besloot ik om naar de Kulturbrauerei te gaan om me een wedstrijd van Oranje op de Leinwand an te gaan schauen. En bij het verlaten van de metro realiseerde ik me plots dat ik uit aan het stappen was bij een metrostation boven de grond.
NEE HOEREWILLIE! Zou ik mijn queeste dan toch gaan voltooien?
Na de wedstrijd besloot ik om het buurtje uit te gaan kammen. Ik zou niet rusten voor ik de Biergarten terug had gevonden.
En verdomd. Opeens zag ik een gebouw waar heel groot PRATER op stond. Met daarnaast een ingang naar… iets.
‘PRATERGARTEN’ zei een bordje boven de ingang en ik stak mijn hoofd om het poortje.
En daar was ie hoor. Mijn Schnitzelparadijs!
Ik deed een dansje en huppelde de Biergarten in.

Sindsdien zijn Prater en ik onafscheidelijk en stuur ik iedereen die naar Berlijn gaat op Praterexcursie.
‘Hee Elise, ik ga naar Berlijn. Weet je missch…?’
‘PRATER!’ brul ik dan, ‘U2 PANKOW UBAHNHOF EBERSWALDERSTRASSE EN ALS JE NIET GAAT DAN KOM IK BIJ JE SPOKEN ALS IK DOOD BEN!’
Ik meen dat echt, hoor. Ik neem dan een ketting mee, waarmee ik vervaarlijk ga rammelen. Vlak bij je oor.
Je zou bijna denken dat ik een aandeel heb in Prater.
Dat is niet zo.
Maar ik zou langzamerhand eens met de eigenaar kunnen gaan praten, want sinds mijn laatste bezoek daar met Emma weet ik ook wie dat is, namelijk.

P.S. Ze hebben ook andere dingen dan Schnitzel, hoor. Ook goed vegetarisch spul. En een puike Apfelstrudel. En je kunt in de zomer ook gewoon een drankje in de Biergarten nemen. Zoals Rabarberschorle bijvoorbeeld. Als je geen zin meer hebt in bier of als je gewoon van de blauwe knoop bent. Of je neemt wel gewoon bier, want ze hebben hun eigen Prater Pils en dat is ook zeer goed te doen. Dus. Tot zover dit eerste verhaal over Berlijn. Het volgende verhaal in deze serie gaat over het Mauerpark, dan weet u dat alvast.